De Blijvend Applaus Prijs. Het beeldje stelt een nar met een spiegelgezicht voor, die over zijn eigen sokkel springt en zo zijn vrijheid neemt. De spiegel staat centraal voor de manier waarop podiumkunstenaars hun publiek een spiegel voorhouden. (foto: http://www.dutchheights.nl/)
 
 

AMSTERDAM (BEUNINGEN) – Regisseur en filmmaker Johan Nijenhuis heeft cabaretier en grappenmaker Herman Finkers uit het Twentse Beuningen zondagmiddag de Blijvend Applaus Prijs overhandigd. Dat gebeurde in De Kleine Komedie in Amsterdam in bijzijn van Youp van ‘t Hek en Micha Wertheim. Daniël Lohues, met wie de geboren Almeloër geregeld samenwerkt, zorgde voor de muzikale omlijsting.

De Blijvend Applaus Prijs is een oeuvreprijs voor theatermakers die een rijke carrière achter zich hebben. De jury loofde het werk van Finkers en noemt hem een ‘virtuoos en volbloed komiek’. De prijs bestaat uit een sculptuur van Iris Le Rütte en een bedrag van vijfduizend euro.
De inmiddels 64-jarige Finkers kwam aan het eind van de zeventiger jaren op als cabaretier. Tot 2000 stond hij met de ene na de andere succesvolle show op het toneel en pakte in 2015 uit met een oudejaarsconference. Hij is een warm pleitbezorger van de Twentse taal en was onder meer creatief adviseur voor de serie Van Jonge Leu en Oale Groond op TV Oost.

Begin februari gaat de door Johan Nijenhuis geregisseerde film ‘De beentjes van Sint Hildegard’ in premiere. De hoofdrollen worden vertolkt door Johanna ter Steege en Herman Finkers.

Cabaretière en Twentenaar Nathalie Baartman (vorig jaar te zien in theater De Stoomfabriek in Dalfsen) laat zich sterk beïnvloeden door Finkers. Zijn kracht zit hem volgens haar in zijn timing, maar ook in het Twentse accent dat humor bevat. “Hij zegt het precies op het goede moment. Dat bijna emotieloze, dat droge waarmee hij dat uitdrukt, daar zit de humor ook in”, aldus Baartman in het KRO-NCRV radioprogramma De Taalstaat.

Een andere kracht van Finkers is dat de situaties die hij schetst “behoorlijk onnozel zijn”. Toch zouden ze zomaar echt kunnen gebeuren, zoals de ontmoeting met de kussentjesverkoper. “Er zit een bepaalde eerlijkheid in, dat is ook redelijk Twents.”

Kenmerkend voor Finkers vindt Baartman, is dat hij je op een heel ander spoor zet. “Je verwacht niet dat hij dit gaat zeggen. Dat is het kenmerk van goede humor, maar bij hem zie je het totaal niet aankomen. Hij is daar meester in.” In veel van de situaties die Finkers schetst, zit door dat onverwachte een zekere absurditeit.

Tegelijkertijd is het taalgebruik sober en simpel qua woorden. “En dan zo krachtig.” Twentse taalvaardigheid, nuchterheid en een vleugje absurditeit. Maar er is nóg een element dat Finkers uniek maakt. “Het is nooit ten koste van iets”.