Kees Huls was van 2010 tot 2014 werkzaam in de wereld van zonnepanelen en -collectoren en nog altijd volgt hij de ontwikkelingen op de voet. Hij is overtuigd van de noodzaak van de energietransitie, maar constateert veel hapsnapbeleid. De Raaltenaar maakt zich zorgen.

Door Kees Huls

Het is zonneklaar dat we heel rap maatregelen moeten nemen om verdere opwarming van de aarde te minimaliseren en ons milieu te ontdoen van schadelijke elementen. Gelukkig zijn hiervoor internationale akkoorden (Parijs) gesloten en hebben we daarop ook nationaal ambitieuze plannen neergelegd in de vorm van de Regionale Energietransities (RES).

Gevaar voor paniek
Wanneer zaken zo urgent worden, dan is er een groot risico op paniekvoetbal. Doordat we hier te maken krijgen met zeer complexe materie – en de gemiddelde politicus natuurlijk min of meer een leek is – liggen overhaaste beslissingen op de loer. Deze worden dan ook vaak nog beïnvloed door gewiekste organisaties/bedrijven die hun eigen verdienmodel willen doordrukken. Er worden naar mijn mening veel feiten verzwegen of zelfs niet onderzocht om bepaalde richtingen in te slaan waarbij dan ongefundeerde beslissingen worden genomen met grote financiële gevolgen achteraf. Een aantal wil ik hierbij voorleggen.

Emissievrije energie is nu nog niet mogelijk
Zon- en windenergie zijn ideale emissievrije energiebronnen, maar kunnen vooralsnog niet als enige bronnen aangewend worden. Het principiële probleem hierbij is dat de stroomopbrengsten absoluut onvoorspelbaar zijn Naarmate we meer zonnepanelen en windmolens installeren en meer elektrisch gaan verwarmen, koken, produceren en autorijden, dan ontstaat er een steeds groter gat tussen zeer zonnig en winderig enerzijds en donker en windstil anderzijds. We moeten 99,99 procent leverzekerheid van elektriciteit kunnen garanderen. Met andere woorden: dit steeds groter wordende gat moet op andere wijze gecompenseerd worden. Het grootschalig opslaan van de opgewekte energie om die op andere tijden te kunnen gebruiken is volgens wetenschappers vooralsnog een ver-van-mijn-bed-show. Aanvankelijk werden biomassacentrales als de oplossing gezien. In Amsterdam werd indertijd een kolencentrale omgebouwd, maar dat bleek achteraf geen gelukkige keuze. Deze blijkt namelijk net zo vervuilend , los van het feit dat er enorm veel bomen geveld worden om deze centrales te voeden. Kortom: onverantwoord. Een oplossing zou kunnen zijn om het stuwmeerprincipe toe te passen. Volpompen wanneer er een overvloed aan elektra is en leeg laten lopen via generatoren om stroom aan te vullen. In bergachtige landen zijn in het verleden veel stuwmeren aangelegd die tot op de dag van vandaag adequaat functioneren, maar in ecologisch opzicht een ramp zijn. Misschien nog eens naar het 40 jaar oude Plan Lievense kijken, maar dat zal waarschijnlijk niet genoeg capaciteit hebben.

Waterstofgas (H2)
In principe is het heel goed mogelijk uit zon of wind waterstof te produceren wanneer er een overschot is. De vraag is dan hoe dit opgeslagen en getransporteerd kan worden. Waterstof is zeer explosief en is zo licht dat het niet zonder meer in het aardgasnet ingebracht kan worden omdat het gevaar op lekken veel groter is. Het hele net moet dan gecontroleerd en aangepast worden. De wetenschap ziet nog niet direct brede toepassingen hiervoor. Waterstof is wel geschikt voor de procesindustrie, hoogovens en dergelijke waar wordt gewerkt met heel hoge temperaturen. Ook in vrachtvervoer worden wel mogelijkheden gezien omdat volledig elektrische aandrijving bij de huidige accutechniek een te kleine actieradius geeft en de laadtijden lang zijn. Hoewel Toyota en Hyundai waterstofpersonenauto’s in het programma hebben wordt dat niet als realistisch gezien. Erg duur en ook de operationele kosten zijn veel hoger dan bij elektrisch, LPG of LNG. In Noorwegen is in 2019 een redelijk aantal waterstofwagens verkocht, maar na de ontploffing van een tankstation en de daarop volgende sluiting van de overige stations, stortte de verkoop volledig in. Het principiële voordeel van sneller tanken dan het opladen van een elektrische wagen duurt, blijkt in de praktijk tegen te vallen. Doordat waterstofgas met een enorme druk van 700 bar in de tank wordt gepompt gaat er behoorlijk wat tijd verloren omdat de pomp steeds weer druk moet opbouwen. Zoals bekend geeft waterstof alleen maar waterdamp als ‘afval’, dus volstrekt ongevaarlijk. Het Amerikaanse NASA heeft echter bedenkingen bij grootschalig verbruik omdat dit in de buitenruimte tot permanente mist zou leiden. Los van het ongemak is dat ook een aanslag op de opbrengst van zonnepanelen.

Eengezinswoningen hebben veel mogelijkheden
Voor eengezinswoningen met voldoende en doelmatig dakoppervlak ziet de toekomst er in principe wel goed uit omdat verwacht wordt dat er al snel redelijk geprijsde accu’s beschikbaar zullen komen die voldoende capaciteit hebben om een woonhuis of klein bedrijf volledig onafhankelijk (off-grid) van energie te voorzien. Hoe dit plaatje er financieel uit zal gaan zien is nog maar af te wachten omdat dit een enorme aanslag op de belastinginkomsten van de overheid zal betekenen en op de inkomsten van de nutsbedrijven. Nu bestaat onze energiefactuur immers voor ruwweg 50 procent uit belastingen en accijnzen wat het aannemelijk maakt dat er toch op enige manier gecompenseerd zal moeten worden, waardoor het uiteindelijke financiële plaatje er weer heel anders komt uit te zien. Grote onzekerheid dus. Ook nu al is er veel onzekerheid omdat mensen geïnvesteerd hebben in zonnepanelen en zonneboilers en ervan uit zijn gegaan dat zij na 7 of 10 jaar hun installatie terugverdiend hebben. Hierbij wordt ervan uitgegaan dat men mag salderen (terugleveren). Een rekening voor de door de leverancier geleverde kilowatts, waarvan de zelf opgewekte en terug geleverde stroom wordt afgetrokken. Er ligt echter al een compleet uitgewerkte wet klaar voor een nieuwe regering, waarbij het salderen vanaf 2023 in 10 jaar stapsgewijs wordt afgebouwd en men dan alleen nog maar de ‘marktprijs’ (momenteel rond de 0,05 en 0,06 eurocent) zal ontvangen. Een heel gevaarlijke regeling omdat dit er ook toe kan leiden dat men geld toe moet betalen bij veel opbrengst. Momenteel gebeurt het al af en toe dat er bij veel wind en zon teveel aanbod is en men dat dit naar het buitenland laat afvloeien waar de netbeheerders dan op toebetalen met een negatieve marktprijs tot gevolgd die afgewenteld zal worden op de klanten. Hoe meer capaciteit er geïnstalleerd zal worden, hoe vaker zich dit zal voordoen. Omdat ook in onze buurlanden de ontwikkelingen op dit gebied hetzelfde zullen zijn zal het exporteren steeds moeilijker en dus duurder worden. Door dit alles wordt de toepassing van zonne-energie toch een stuk minder interessant. Zonne-energie is vooral rendabel als het direct kan worden verbruikt. Vooral ’s winters is het niet echt handig, wanneer het meeste verbruik (verwarmen, koken, verlichten, auto’s laden) op tijden plaats vindt dat er geen opbrengst is.

Stimuleringsmaatregelen
De budgetten voor stimuleringsmaatregelen zoals SDE en aankoopsubsidies voor bijvoorbeeld elektrische ovens zijn zeer beperkt. Voor wat het vervoer betreft wordt vooral gemikt op de mensen die een leaseauto hebben en bijtelling voor privégebruik moeten betalen. Dit is de meest milieubewuste doelgroep in Nederland (wanneer het hun portemonnee betreft). Aanvankelijk kreeg de gebruiker van een hybride of elektrische auto geen bijtelling terwijl het reguliere tarief 25 procent over de aanschafwaarde bedroeg. Daardoor waren plug-in-hybrides als de Toyota Prius en de Mitsubishi Outlander opeens niet aan te slepen. Omdat niet was te controleren of de gebruikers wel ‘stekkerden’, werden deze auto’s discutabel en uiteindelijk werd de gunstige bijtelling geschrapt. Nog vreemder is dat het doel van deze regeling, het verbeteren van de luchtkwaliteit, niet bereikt werd omdat vrijwel alle wagens aan het einde van hun leasecontract naar het buitenland werden geëxporteerd. Die rijden nu bijna allemaal in Moskou en St. Petersburg. Hier moet iets voor worden bedacht. Nu wordt op deze wagens de enorm hoge, typisch Nederlandse BPM niet in rekening gebracht. Dit zou bij export alsnog naar rato moeten worden berekend om uitvoer zoveel mogelijk te voorkomen. De bijtellingsvoordelen worden geleidelijk aan afgebouwd. Bij een volledig elektrische auto bedraagt het tarief per 1 januari van dit jaar 12 procent bij een maximum catalogusprijs van 45.000 euro boven het normale tarief van 22 procent. Hierdoor is het verschil al dusdanig afgenomen dat de verkoop van elektrische wagens behoorlijk is ingestort in de eerste maanden van dit jaar. Er zijn inmiddels al behoorlijk wat mensen die hun EV weer vervangen voor een benzine of hybride wagen. Dieselauto’s worden mondjesmaat verkocht, hoewel de huidige Euro6-uitvoeringen schoner zijn dan hun benzinebroertjes.

Laadinfrastructuur voor auto’s
Er wordt nu gestreefd naar zoveel mogelijk laadpunten bij huis en in buurten. Dit zal gigantische investeringen vragen omdat hoge stroomampères nodig zijn. Doordat deze punten urenlang bezet zullen zijn, zal dit – met name in grotere plaatsen met veel hoogbouw – onvoldoende functioneren. Veel mensen lopen nog niet echt warm voor elektrisch rijden gezien het beperkte bereik en de tijd die nodig is om weer op te laden. De enige oplossing is om fabrikanten te verplichten om 800V laadsystemen in te bouwen. Dat is duurder, maar wel veel sneller. In 20 minuten is het accupakket volledig vol. Sommige modellen van Porsche en Audi hebben dit systeem al. Dan is er geen uitgebreid laadpalennet nodig en kan men gewoon terecht bij tankstations met laadfaciliteiten.

Financiële benadering
Het mag duidelijk zijn dat er enorme en onvermijdelijke kosten op ons afkomen om de energietransitie te realiseren. Wel moet in het oog gehouden worden dat onze economische positie niet in gevaar komt. Wij hebben in Europa dezelfde doelstellingen afgesproken, maar de manier waarop dit bereikt kan worden verschilt enorm en is onredelijk voor ons. Wij waren er in de jaren zestig al snel bij om over te schakelen naar het relatief schone aardgas. Landen om ons heen deden dat niet en maken nog steeds veel gebruik van stookolie en (bruin)kool. Daar lopen nu subsidieregelingen om over te schakelen naar gas, een lang niet zo hoge investering als van ons gevraagd wordt. Dat schreeuwt om een uniform traject voor heel Europa.

Warmtepompen, geothermie
Omgevingsluchtwarmtepompen worden nu gepropageerd voor verwarming. Dit zijn echter apparaten met een zeer hoog stroomverbruik. Een goede warmtepomp maakt gebruik van bodemopslag van koude en warmte. Wanneer dit op grote schaal gebeurt, dan is het maar de vraag wat de invloed is op onder meer de bodemtemperatuur en het grondwater. Hier is nog maar heel weinig onderzoek naar gedaan. Groningers, Tukkers en Limburgers kunnen vertellen dat ze niet zo gelukkig zijn geworden van ons gewroet in de bodem.

Geopolitieke gevaren
De nieuwe technieken zijn afhankelijk van grondstoffen en fabricageprocessen uit landen waar we niet direct aan denken als we een vakantie boeken. Grondstoffen voor batterijen komen overwegend uit Afrika uit totalitaire landen met mensonwaardige werkomstandigheden. Op dit moment is de hoeveelheid grondstoffen al beperkt. Wanneer de transitie echt los gaat zal dit tot problemen kunnen gaan leiden, zowel qua prijsstelling als chantagemiddel. De speciale silicium die nodig is voor zonnecellen wordt alleen gevonden in China, Taiwan en Peru. Gevolg hiervan is dat meer en meer zonnepanelen uit China komen, in 2019 al 71 procent. Ook hier maken we ons dus nogal sterk afhankelijk van dit onberekenbare land.

Conclusie
Alleen energie opwekken met zon en wind is uitgesloten door de onvoorspelbare en niet planbare opbrengst. Het moeten wel de belangrijkste vormen van energie zijn. Windturbines kennen minder pieken en dalen dan zon. Ruimtebeslag is ook van een totaal andere orde. Eén gemiddelde turbine van 2 MW geeft net zoveel jaaropbrengst als 3 hectare zonneweide. Grootschalige opslag van stroom zal niet binnen afzienbare tijd mogelijk zijn. Het door het toenemend verbruik en meer geïnstalleerde zonnepanelen en windmolens steeds groter wordend verschil tussen zonnig met harde wind en donker windstil moet opgevuld worden om een bedrijfszeker elektriciteitsnet te garanderen. Deze aanvulling zal moeten gebeuren door (waterstof)gas gestookte centrales. Het zal technisch eenvoudiger zijn de bij aardgas vrijkomende afgassen (waaronder dioxines en zwavel) af te vangen en te neutraliseren dan dat er grootschalige batterijopslag mogelijk zal worden. Misschien geldt dit zelfs ook wel voor gasgestookte verwarmingsketels. Ook op het gebied van kernenergie zijn er grote ontwikkelingen gaande die gebruik verantwoord zouden kunnen maken.

Conclusie? Kop erbij houden, weten wat je doet en weloverwogen handelen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in