(afbeelding Waterschap Vechtstromen)

 

 

OVERIJSSEL – Na ruim anderhalf jaar bouwen zijn de Vechtvlinder-sluizen Mariënberg en Junne eindelijk klaar. Voor het eerst in honderd jaar is rivier de Vecht weer bevaarbaar van Zwolle tot aan de Duitse grens. Donderdagmiddag werden de sluizen officieel in gebruik gesteld. Dat gebeurde door Watergraaf Stefan Kuks van het Waterschap Vechtstromen, gedeputeerde Bert Boerman, wethouder Bart Jaspers Faijer van de gemeente Ommen, wethouder Alwin te Rietstap van Hardenberg en Wim Stegeman, heemraad van het Waterschap Vechtstromen.

De sluizen hebben zogenoemde vlinderkleppen om het schutten van de sluis te regelen en wijken daarmee af van traditionele ontwerpen. Dankzij deze kleppen zijn de sluizen door iedereen te bedienen zonder dat dit gevaar oplevert. Wel zijn er altijd sluiswachters ter plekke om een handje te helpen, mocht dat nodig zijn. De sluizen in het gebied van Vechtstromen (Ommen tot aan de Duitse grens) zijn dagelijks tussen 09.00 en 17.00 uur te gebruiken. Bij de sluizen Hardenberg en De Haandrik zijn de sluiswachters staande bij om te kunnen helpen met het schutten.
Het vaarseizoen op de Vecht loopt van 1 april tot 31 oktober, het begin van het hoogwaterseizoen. Tussen Ommen en de Duitse grens kan worden gevaren met boten tot een maximale diepgang van 50 centimeter waarbij de schippers wel rekening moeten houden met de afmetingen van bruggen en sluizen en met randvoorwaarden als waterveiligheid en natuur.

De sluizen maken deel uit van het programma Ruimte voor de Vecht. Samen met dertien partners wordt ernaar gestreefd om de Vecht en het Vechtdal te ontwikkelen tot een halfnatuurlijke laaglandrivier. Meer ruimte voor het water wordt hierin gecombineerd met een veilige afvoer van hoog water, ontwikkeling en ontsluiting van de natuur in het Vechtdal. Daardoor ontstaan nieuwe kansen voor de economie en de sociale structuur in het Vechtdal.