NOS / OVERIJSSEL – Of de Amerikaanse schaatser Shani Davis een levende legende is? Dalfsenaar Erben Wennemars hoeft er geen seconde over na te denken “Ja, zeker, zeker!”. Afgelopen weekende plaatste Davis zich voor zijn vijfde Olympische Spelen.

In het verleden waren Davis (35) en Wennemars (42) elkaars concurrenten op de 1.000 en 1.500 meter. Wennemars was de kampioen, de beste van dat moment. Davis was het megatalent, bezig aan een ongekende opmars.

“Ik had al wel van hem gehoord”, vertelde Wennemars in NOS Langs de Lijn. “Ik wist dat er ergens een donkere jongen was die goed kon schaatsen. Maar ik had hem nog nooit gezien, laat staan tegen hem gereden.”

Op de WK afstanden in 2004 in Seoul maakte Wennemars voor het eerst kennis met Davis, die op dat moment net overkwam van het shorttrack. De jonge Amerikaan versloeg de Nederlandse sprinter meteen en werd wereldkampioen.

“Ik dacht: wat gebeurt hier?! Ik ben de koning, ik ben de beste op de 1.000 en 1.500 meter. En dan komt er ineens een gozer die ik nog nooit gezien heb en een nog veel hoger niveau haalt dan ik. Ik wist meteen dat ik nog veel last van hem ging hebben.”

Shani Davis (l) en Erben Wennemars racen tegen de klok (foto: ANP)

 

Wennemars herinnert zich dat Davis destijds altijd alleen trainde. “Hij deed alles anders dan de schaatsers die ik daarvoor had meegemaakt. Hij spotte met alle wetten.” Het zorgde voor frustratie bij de tweevoudig wereldkampioen sprint. “Wij trainden met de Nederlanders hartstikke hard en dan rende hij gewoon een beetje langs de baan met een gekke muts op en een teddybeer aan zijn tas vast”, weet Wennemars nog. “Ik dacht: wat ben je voor idioot? Je doet net alsof alles een grap is en ondertussen schaats je mij helemaal de stront in, terwijl ik er alles aan doe om te winnen. Maar hij speelde een spel met ons, want hij trainde zeker net zo hard en misschien zelfs harder.”

In 2006 maakte NOS-verslaggever Kees Jongkind een reportage over Davis. Een bekende scène speelde zich af bij de koelkast van Davis. Daarop prijkte namelijk een afbeelding van Wennemars.

“Dit is belangrijk voor me. Erben is mijn held, ik houd van hem. Elke ochtend als ik een koekje wil pakken, bedenk ik mij of Erben dat zou doen. Dan denk ik: nee, dat doet hij niet. En dus pak ik wat fruit, omdat ik weet dat Erben dat ook doet”, zei Davis twaalf jaar terug.

Vol verbazing belde Jongkind direct Wennemars op. “Hij vertelde me dat hij nu toch iets had meegemaakt… Maar ik was er niet blij mee. Ik had liever gehad dat hij gewoon koekjes at in plaats van fruit. Dan maakte ik tenminste nog een kans”, grapt hij. Davis bleek beter dan Wennemars, zijn held, en groeide uit tot een van de beste schaatsers uit zijn tijd. Twee keer was er olympisch goud op de 1.000 meter. Op de 1.500 meter haalde hij twee keer olympisch zilver.

Op de Olympische Spelen van Pyeongchang wordt er zeker geen medaille van hem verwacht. “Het is wel over met hem”, meent Wennemars. “Ik hoop dat hij nog honderd jaar schaatst, maar de nieuwe generatie is gewoon beter.”