DEN HAAG / OVERIJSSEL – Het nieuwe kabinet trekt een half miljard uit voor de landbouw, natuur en water. Voor de sanering van de varkenshouderij, voor jonge boeren en als compensatie voor natuur- en klimaatmaatregelen. Met ondersteuning vanuit andere fondsen kan dat bedrag nog fors toenemen. Met een fikse financiële injectie van 200 miljoen euro in de komende twee jaar wil het kabinet snelle sprongen maken in de vitalisering van de varkenshouderij. Het rijksgeld wordt ingezet als cofinanciering. Dat betekent dat andere overheden (Europese Unie, provincies) en bedrijfsleven (ketenpartijen, banken) ook bijdragen aan het fonds. De regeringspartijen willen zowel in 2018 als in 2019 € 100 miljoen uittrekken voor een cofinancieringsfonds dat met name probleemsituaties in Noord-Brabant moet oplossen. De nieuwe minister van landbouw, die er zeker komt, zal daar een belangrijke rol in spelen.

 

Nederland is de afgelopen tien jaar geconfronteerd met nadelige effecten van zeer hoge veedichtheden, zo stellen VVD, CDA, D66 en ChristenUnie in het regeerakkoord. “Die kunnen en willen we niet negeren. Het kabinet zal met de sector en de betreffende provincies bezien hoe we deze problematiek kunnen aanpakken.” Hoewel de gezondheidsrisico’s in het nabije verleden eerder werden gekoppeld aan de geitenhouderij (Q-koorts) of de pluimveehouderij (fijnstof), richt het nieuwe kabinet zich met name op de varkenshouderij. Het kabinet haakt aan bij het revitaliseringsplan voor de varkenshouderij, dat vorig jaar onder voorzitterschap van Uri Rosenthal het levenslicht zag.

Het kabinet wil een zogenoemde warme sanering in belaste gebieden – met name in Noord-Brabant. Of met het beschikbare geld ook rechten van de markt worden gehaald, zodat er impliciet ook sprake is van een inkrimping van de varkensstapel, kan niet uit de tekst van het regeerakkoord worden opgemaakt.

In de komende drie jaar wordt 275 miljoen euro extra uitgetrokken voor natuur en waterkwaliteit. Dat geld kan onder meer besteed worden aan de uitvoering van het Deltaplan Agrarisch Waterbeheer, waarin LTO Nederland projectmatig en in samenwerking met ministeries, provincies en onder andere bedrijfsleven werkt aan gezond en schoon oppervlaktewater. Doel is te voldoen aan de Europese eisen (kaderrichtlijn water en de nitraatrichtlijn). Het nieuwe kabinet wil de doelen die in de Europese kaderrichtlijn water voor 2027 zijn vastgelegd, realiseren in samenspraak met het Deltaplan Agrarisch Waterbeheer. Het vorige kabinet heeft binnen de fondsen uit het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid al geld gereserveerd voor het deltaplan.

Europees geld wordt ook ingezet om boeren te compenseren voor de maatregelen die ze moeten treffen om het landgebruik te extensiveren ten behoeve van natuurbehoud en de verplichtingen om de klimaatafspraken na te komen. Er zullen experimenten worden gedaan met flexibel peilbeheer. Dat speelt vooral in veenweidegebieden waar door de peilverlaging sprake is van een verhoging van de uitstoot van broeikasgassen. Verschillende partijen, waaronder D66, hebben in de verkiezingscampagne nadruk gelegd op de beperking van de uitstoot van broeikasgassen uit landbouwgronden.

Met een fonds voor bedrijfsovername en innovatie (€ 75 miljoen in twee jaar) wil het kabinet de bedrijfsovername en de innovatie in de landbouw stimuleren. Nu gebruikt het ministerie voor de jonge-landbouwersregeling gelden uit het Plattelandsontwikkelingsprogramma van de Europese Unie, om jonge boeren te ondersteunen. De regeling wordt uitgevoerd door de provincies. Hoewel in de Kamer gevraagd is om uniformiteit in de provinciale regelingen, was het huidige kabinet daar terughoudend in, omdat de regeling niet voor niets was gedecentraliseerd.

(bron: vakblad Boerderij / Jan Braakman, parlementair verslaggever)