(bron: Acta Sanctorum)

 

 

BINNENLAND – De redactie van NPO Radio 1 verdiepte zich in het fenomeen bos- en heidebranden. Op landgoed Rechteren, de Lemelerberg, op de Veluwe en bij Schoorl was het de afgelopen tijd flink raak. Zijn het dankzij de droogte en hitte gouden tijden voor pyromanen?

Niet per se, denkt forensisch psycholoog Ernst Ameling. Hij bestudeerde voor zijn werk jarenlang dwangmatige brandstichters. “Je moet natuurlijk geen brand gaan stichten tijdens een fikse regenbui, maar pyromanen kiezen vaak niet een moment dat ze het beste uitkomt. Het is een interne drang die op allerlei manieren naar buiten komt”, vertelt hij in NOS Met het Oog op Morgen. Ook is het niet altijd een bos waarvoor ze kiezen. Veel pyromanen steken liever een auto, conifeer of vuilnisbak in de brand. 

Naar brandstichting is weinig onderzoek gedaan. De studies die er wel zijn, scheppen een duidelijk beeld: pyromanen zijn doorgaans man, wit, laagopgeleid en voelen zich onbelangrijk. “Ze hebben vaak geen baan en geen relatie. Het zijn mensen die niet gezien worden.” Een brand maakt daar voor hun gevoel een einde aan. Wie een auto of vuilnisbak in lichterlaaie zet, ziet bijvoorbeeld wat voor commotie dat oplevert in de buurt. Mensen lopen naar buiten, er komt brandweer bij en het komt zelfs op het nieuws. “Dan zijn ze opeens belangrijk.”

Maar er komt wel een dilemma om de hoek kijken want geen enkele buurtgenoot weet wie de pyromaan is. “Daarom laten ze vaak een handtekening achter. Ze kiezen een vast tijdstip, een vaste plek of een vast object.” Zo’n handtekening verhoogt wel de pakkans. “Want de politie ziet het patroon ook en kan gericht gaan surveilleren.”

Eens een pyromaan betekent niet altijd een pyromaan. Iemand kan ‘afkicken’ met een beetje hulp van buiten: een pyromaan assertiviteitstraining geven of ze helpen met het vinden van een nieuwe baan of een relatie biedt vaak al uitkomst. Ameling: “Zo functioneren ze weer ‘normaal’ en gaan ze niet op in het behang. Dat laatste is eigenlijk waar het om draait.”