BINNENLAND – Zonneparken zijn booming. In alle windstreken zijn projecten in ontwikkeling om agrarische percelen tot tientallen hectares groot vol te leggen met zonnepanelen. Tegelijkertijd bestaat er een breed front tegen het offeren van agrarische grond voor energieproductie. Overheden – van Europees tot gemeentelijk niveau –, milieuorganisaties en landbouworganisaties spreken bijna met één mond als het over dit thema gaat. Daarover schrijft Patrick Bramer, hoofdredacteur/uitgever van het agrarisch vakblad Nieuwe Oogst,

In het klimaatakkoord van Parijs is opgenomen dat de reductie van de uitstoot van broeikasgassen de voedselproductie niet in gevaar mag brengen. Minister Eric Wiebes van Economische Zaken en Klimaat bevestigde het kabinetsstandpunt twee weken geleden nog aan de Tweede Kamer. ‘Ja’ tegen verduurzaming van de energieproductie, maar landbouwgrond als laatste optie.

Ondanks dat brede front wijst alles erop dat de komende jaren op agrarische locaties zonneparken verrijzen. Vooral op lokaal niveau is veel in ontwikkeling. Kansrijk is bijvoorbeeld agrarische grond in overheidshanden en waarvan het oorspronkelijke bestemmingsplan, een nieuwe woonwijk of industrieterrein, niet doorgaat. Boeren hebben die gronden vaak nog wel in gebruik.

In diverse gemeenten staat mensen te trappelen om op die gronden de duurzame ambities in te vullen. Het blijft daar echt niet bij voormalige zandwinlocaties, vuilnisbelten en andere niet-productieve gronden. Het brede front tegen energieproductie ten koste van voedselproductie zit vol gaten. Ook onder boeren en tuinders. Honderden ondernemers overwegen serieus om zonnepanelen op grond te leggen. Het financiële perspectief is voor hen erg aanlokkelijk.

Dat maakt dat zonneparken op landbouwgrond ondanks die weerstand realiteit zijn. Het mag, het kan, is lonend en voor de realisatie van klimaatdoelen is het misschien ook wel nodig. Dat wordt misschien maar zelden hardop gezegd, maar is wel wat gebeurt.