In het midden Annemie van Zuilen met rechts van haar Henk Reefhuis. Burgemeester Hans Vroomen staat links. (foto: Harry Woertink)

 

 

tekst: Harry Woertink

 

BEILEN/LEMELE – Uit handen van Aviv Shir-On, ambassadeur van Israël, heeft Henk Reefhuis, de zoon van het overleden echtpaar Reefhuis, maandagmiddag op het gemeentehuis in Beilen de onderscheiding Yad Vashem in ontvangst genomen. Annemie van Zuilen heeft haar leven aan het echtpaar te danken en was, evenals de Ommer burgemeester Hans Vroomen, bij de plechtigheid aanwezig.

Geertje Reefhuis-Boekel en Lubbertus Reefhuis uit Lemele kregen de Yad Vashem onderscheiding postuum uitgereikt omdat zij tijdens de Tweede Wereldoorlog Joodse kinderen uit handen van de Duitsers hebben weten te houden.

De in Gouda wonende Henk Reefhuis bedankte in zijn toespraak met name de bewoners van Lemele, die als het ware een ring van bescherming boden aan het verzet. De familie Reefhuis gaf in de oorlog onderdak aan Annemie van Zuilen. Zij was speciaal voor deze plechtigheid uit Canada, waar ze nu woont, overgekomen. Het weerzien van Annemie en de zoon van de familie Reefhuis was heel emotioneel.

Annemie van Zuilen was vier jaar toen de oorlog begon. Zij en haar ouders waren Joods en woonden in Beilen. Tijdens de angstige oorlogsjaren moest ook Annemietje onderduiken om uit handen te blijven van de verachte Duitse bezetter. Dat gebeurde op tal van adressen. Het laatste adres waar ze verbleef tot aan de bevrijding was bij de familie Reefhuis aan de Lemelerweg 42 in Lemele. Ze kwam hier aan in 1944 en werd gebracht door Niek Viëtor. De periode in Lemele herinnert Annemie als veilig en liefdevol bij het gastgezin Lubbertus Reefhuis en Geertje Reefhuis-Boekel. Voor de hulp die het echtpaar Reefhuis bood, om zo Joodse kinderen uit handen van de Duitsers te houden, heeft de Ambassade van Israël postuum de Yad Vashem onderscheiding ‘Rechtvaardigen onder de Volkeren’ toekend.

De in Lemele geboren Lubbertus Reefhuis trouwde op 55-jarige leeftijd op 22 juni 1944 met de 43-jarige Geertje Boekel. Zij was onderwijzeres aan de lagere school in Lemele. Reefhuis was werkzaam als ambtenaar van de burgerlijke stand bij de gemeente Ommen. Hij woonde op de boerderij bij het gezin van zijn halfbroer Jan Stoeten en Jennigje Dankelman. Juffrouw Geertje Boekel liet omstreeks 1938-1939 een huis bouwen aan de Lemelerweg in Lemele. Een mooie woning met een rieten dak. Vanaf 1923 woonde zij eerst in de tot woonhuis verbouwde openbare school, ook aan de Lemelerweg.

Toen zij trouwde met Lubbertus Reefhuis betrok het echtpaar het nieuwe huis aan de Lemelerweg. Als gemeente-ambtenaar kon Reefhuis zich tijdens de oorlog dienstig maken om bijvoorbeeld persoonsbewijzen of bonkaarten voor onderduikers te bemachtigen. Iedereen kon altijd bij hem terecht als er iets geregeld moest worden op ambtelijk gebied voor de inwoners van Lemele.

Het echtpaar Reefhuis nam de jonge Annemietje op in hun gezin. Om Annemie met haar Joodse kenmerken niet op te laten vallen kreeg ze roodgeverfd haar en de schuilnaam: Tineke de Vries. Als ‘Tineke’ speelde ze met enkele betrouwbare buurkinderen, waaronder Hennie Stoeten. Onderwijs kreeg ze thuis van haar gastmoeder. Zondags ging ze mee naar de kerk. Voor korte tijd kwam er een nog een meisje in bij het gezin Reefhuis. Er werd haar verteld dat het om een vluchteling uit Rotterdam ging, maar Annemietje heeft haar echte identiteit nooit gekend. Na de oorlog vertelde haar gastgezin dat er meer mensen in een van de slaapkamers boven waren verstopt. Echter, Annemie heeft ze nooit opgemerkt. Annemie bleef na de oorlog in contact met haar redders, althans tot ze in 1958 trouwde.

Annemie Viessing-Van Zuilen vroeg de Yad Vashem voor de familie Reefhuis aan als dank voor alles wat voor haar is gedaan. De Ambassade van Israël kende de Yad Vashem-onderscheiding ‘Rechtvaardigen onder de Volkeren’ toe. De Yad Vashem wordt toegekend aan hen die met gevaar voor eigen leven in de Tweede Wereldoorlog het leven van Joodse medeburgers hebben gered.

In Lemele was ds. H. Berkhof als plaatselijke predikant van de hervormde kerk actief betrokken bij het verzetswerk. Hij had zijn opleiding voor de oorlog in Berlijn had gehad en begreep tijdig wat de nazi’s van plan waren. In een volle kerk vertelde hij de Lemeler kerkgangers dat het je plicht was de medemens in nood bij te staan. De dominee regelde het onderbrengen van vooral Joden. Onder leiding van zijn plaatsgenoot H. Groten hadden ook A.J. Immink en L. Reefhuis hierin een groot aandeel. Er werd niet alleen hulp geboden aan Joden en andere onderduikers maar ook aan bemanning van gecrashte Engelse vliegers.

Het helpen onderduiken van kinderen verliep via Ankie Stork uit Nijverdal, die regelmatig naar Lemele fietste met achterop een kind. Ankie was 22 jaar oud en ze trad op namens het Utrechts Kindercomité onder de schuilnaam Ankie van Delden. In Lemele fietste ze dan naar boerenfamilies in Lemele, Dalmsholte of Archem die deel uitmaakten van het ‘Lemels Convent’ en overlegde daar bij welk gezin in Lemele ze het kind kon brengen.

In het destijds 790 zielen tellende dorp zijn op die manier tientallen kinderen ondergebracht. Soms moesten de haren gebleekt worden als het kind te donker was. In Lemele werden tientallen kinderen opgevangen. Dit alles gebeurde dan ook met groot gevaar voor eigen veiligheid. Dankzij dit dappere werk hebben meer dan dertig kinderen en ook volwassenen hun leven te danken. Meerdere personen in Lemele zijn daarvoor reeds onderscheiden. Berkhof, Groten, Immink en Reefhuis zijn ook in Lemele geëerd met een straatnaam.