OVERIJSSEL – De provincie Overijssel moet voor 2024 een Eureka-moment krijgen voor het financieren van asbestsanering in gebouwen en panden van eigenaren die dat niet zelf kunnen betalen. Uit onderzoek blijkt dat een kleine groep van 5 procent particulieren, boeren en ondernemers geen geld kan vrijmaken voor de verplichte asbestverwijdering. Dat meldt RTV Oost.

Uiterlijk in 2024 moeten alle daken in Overijssel asbestvrij zijn. In de provincie ligt nog 12 miljoen vierkante meter asbest op daken. De sanering moet door eigenaren van de gebouwen met asbestdaken zelf worden uitgevoerd en betaald. Het gaat om 61.000 woningen, bedrijfsgebouwen en schuurtjes die aangepakt moeten worden. Voor ruim tweeduizend panden en gebouwen gaat dat een financieel probleem worden.

Provinciale Staten gaf eerder dit jaar opdracht te onderzoeken welke mogelijkheden er liggen voor een stimuleringsregeling vanuit de overheid. Daarin zou met name de financiering van de kosten onder voorwaarden geregeld moeten worden.

De Statenfracties voorzien een probleem als eigenaren van asbestdaken niet kapitaalkrachtig genoeg zijn om een sanering uit te voeren, waardoor zij na 2024 strafbaar zijn als er nog steeds asbest aanwezig is. Het probleem neemt alleen maar toe als de overtreders ook nog eens te maken krijgen met boetes en dwangsommen die zij niet kunnen betalen.

Uit een rapport van DLV Advies naar financieringsvormen voor asbestsanering blijkt dat ongeveer 5 procent van de eigenaren financieel ondersteund moet worden. Het gaat om een groep van ongeveer 650 agrariërs die onder bijzonder beheer staan van de bank en zo’n 240 particulieren die een hoge hypotheek hebben en geen extra lening kunnen krijgen voor een asbestsanering.

Daarnaast is er een kleine groep van zo’n honderd woningeigenaren die een dak hebben van asbestleien. De sanering daarvan is extreem kostbaar en zal sowieso financieel ondersteund moeten worden door de overheid.

Gedeputeerde Staten heeft op basis van het rapport aangegeven nog met een nauwkeurige analyse te willen komen van de gevallen die onder voorwaarden een beroep moeten kunnen doen op een nog op te zetten stimuleringsfonds.